Behandeling
De behandeling van lupus is niet gericht op het genezen van de ziekte, maar op het verminderen van de verschijnselen. Veel gebruikte medicijnen zijn:
- pijnstillers: paracetamol en codeïne
- ontstekingsremmende pijnstillers: ibuprofen en diclofenac
- antimalariamiddelen: hydroxychloroquine (Plaquenil)
- corticosteroïden: prednison of prednisolon
- cytotoxische middelen: Imuran (azathioprine) en Endoxan (cyclofosfamide)
- methotrexaat en cyclosporine
- antibiotica
- bloeddrukverlagende medicijnen
- bloedverdunnende middelen: Marcoumar of Sintrom
- anti-epileptische middelen
Alle bovengenoemde medicijnen hebben voor- en nadelen. Het effect van de middelen verschilt per persoon. De arts informeert de patiënt over diens behandeling.
Verloop
Het verloop van de ziekte kan van patiënt tot patiënt verschillen. Meestal wisselen actieve periodes zich af met rustige periodes. Het kan ook voorkomen dat de ziekte volledig rustig blijft na een zeer actieve start. Wanneer de ziekte zich in een actieve periode bevindt, wordt gesproken van een opvlamming.



